Mogelijk toch geen gemotoriseerd verkeer op de Gastvrije Waaldijk

Toelichting ontwikkelplan dijkvak Haaften-Hellouw-Crobsewaard

Aanleiding

Ivm de voorgenomen dijkversterking tracé Waardenburg-Gorinchem wil het waterschap Rivierenland experimenteren met een meer leidende rol van de omgeving bij de aanpak en invulling de toekomstige grote ingrepen. Daarbij valt te denken aan andere manieren van aanbesteden waarbij bewoners veel meer mee ontwerpen en meedoen aan het beheer van hun omgeving.

Langs het tracé zijn diverse ensembles benoemd waar een werkgroep van omwonenden samen werken aan ideeën over leefbaarheid en veiligheid. Deze ideeën worden samengebracht in ontwerpen per ensemble die als input meegenomen gaan worden in de uitvoering.

Ensemble Crobsewaard

Karakteristieken Crobsewaard.

De Crobsewaard is ca 77 hectare groot en ligt langs de Waal. Het is een bijzonder en uniek natuurgebied met een grote diversiteit aan planten en dieren. Het gebied is ontstaan door de kleiwinning voor de baksteenfabriek die in het gebied ligt. Daardoor zijn er diverse putten ontstaan met daaromheen karakteristieke waterminnende vegetatie zoals ooibosjes en griendhoutopstanden. In het gebied ligt een zwembadput en ijsbaan. Het gebied kent ook een put die in open verbinding staat met de Waal. De dynamiek is hier veel groter, hetgeen weer tot andere vegetatie leidt. Ook de diersoortenrijkdom is groot. Zo zijn er lepelaars, ooievaars, diverse soorten ganzen, aalscholvers, roofvogels, ijsvogeltjes.  Een deel van het gebied is niet toegankelijk voor publiek, deels vanwege de waterstand, deels vanwege het bedrijfsterrein van de baksteenfabriek. Ook ligt er een slib/zandverwerkingsinstallatie in de open put. Daar wordt verontreinigd slib aangevoerd en opgemengd tbv afzet elders. Deze activiteit heeft een grote negatieve weerslag op de waterkwaliteit.

In de Crobsewaarde zijn enkele gebouwen aanwezig. Zo is er de baksteenfabriek die volop in bedrijf is. Daarnaast is er het Waardmanshuis (voormalig trafostation van de steenfabriek) en het stoomgemaalhuisje (tbv regelen waterpeil zomerpolder).

Belangen in de Crobsewaard

Natuur in rivierengebied.

Doel: herstel/verbeteren natuurwaarden in habitat rivierengebied in Crobsewaard.

Beleids- en/of beheeropgaven

Randvoorwaarden voor een goede ontwikkeling

  • De rivieren hebben een meerledige functie, met toevoer van water uit een groot achterland;
  • De waterkwaliteit moet op orde zijn;
  • Een vrije afstroming van water, met een breed en ondiep profiel;
  • Voldoende migratiemogelijkheden voor fauna van bron tot aan zee.

Knelpunten en opgaven

  • De belangrijkste knelpunten betreffen kunstwerken, rivierversmalling, piekafvoeren en waterkwaliteit.
  • De belangrijkste opgave is het verhogen van de stroom- en structuurvariatie, door het (waar mogelijk) opheffen of verzachten van kunstwerken en het verbreden en ondieper maken van de rivierbedding.
  • Verder zijn maatregelen gewenst voor verbetering van de natuurkwaliteit, voor die passen binnen de andere hoofdfuncties.
  • Het is tevens gewenst om hoge piekafvoeren zoveel mogelijk te beperken, door water langer vast te houden in bovenstroomse gebieden die voor een groot deel in het buitenland liggen. De verandering van het klimaat versterkt de noodzaak voor deze opgave.
  • Benedenstrooms zijn maatregelen nodig voor rivierverruiming, o.a. in de vorm van nevengeulen (waarvan de natuur kan profiteren, als deze goed worden ingepast).
  • Tenslotte is verbetering van de waterkwaliteit gewenst ten aanzien van meststoffen, zware metalen en organische stoffen, door onder andere het stopzetten van ongezuiverde lozingen en het verwijderen van vervuilde waterbodems.

(bron:Ommering, G, ‘Index Natuur en Landschap, Beschrijving Natuurtypen’, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Den Haag 2010.

Kenschets habitat rivierengebied

Inleiding

Rivieren zijn belangrijk als transportroute. Dit geldt niet alleen voor de uitgebreide scheepvaart over de rivieren, maar ook voor het transport van water, sediment, nutriënten en soorten. Deze transportfunctie is van alle tijden. Zo zorgden rivieren tijdens de interglacialen voor vervoer en herkolonisatie van soorten. In de komende decennia is uit het oogpunt van veiligheid vooral het transport van water een aandachtspunt. Vanuit een aantal vissoorten gaat het om stroomopwaarste en -afwaartse migraties in het tijdsbestek van één seizoen tot enkele jaren.
Ook het transport dwars op de stroomrichting speelt een belangrijke rol. De kracht van het water zorgt voor erosie en sedimentatie. Hierdoor en door de daarop volgende vegetatiesuccessie ontstaat in het rivierbed een rijke verscheidenheid aan o.a. zandbanken, ondiepe geulen, graslanden, struwelen, rietmoerassen, strangen en ooibossen. Door de periodieke overstromingen en het daarmee verbonden transport van materiaal en soorten zijn deze landschapselementen nauw met elkaar verweven. Vroeger gaf het samenspel van dynamiek en een brede overstromingsvlakte ruimte voor het ontstaan van groot- en kleinschalige gradiënten en mozaïeken, waardoor er van oudsher een enorme diversiteit aan planten en dieren in het rivierengebied voorkwam. Helaas is juist de speelruimte voor deze kenmerkende dynamische processen sterk ingekrompen door het nauwe keurslijf waarin we onze rivieren hebben vastgelegd. Ondanks de positieve effecten van natuurontwikkeling is het herstel van de oorspronkelijke karakteristieke levensgemeenschappen nog verre van compleet.


Het rivierengebied kent een zeer groot aantal verschillende biotopen. Naast aquatische komen ook amfibische en terrestrische leefgebieden voor als MoerasGrasland en Alluviale bossen. De rivier zelf vormt uiteraard een belangrijk onderdeel van het landschapstype Rivierengebied.

De hoofdstroom
De hoofdstroom heeft vooral voor veel soorten vissen en watermacrofauna een grote waarde. Een aantal vogels zoals Visdief, Slobeend en een aantal vleermuizen als Meervleermuis foerageert in de hoofdstroom, maar dan met name op de meer beschutte plekken.
De hoofdstroom kent van nature een grote variatie in substraat, stroomsnelheid, diepte en vegetatie. Ondiepe grindbanken vormen het paaisubstraat voor vissoorten zoals Rivierprik (Lampetra fluviatilis), Barbeel (Barbus barbus) en Sneep (Chondrostoma nasa). Zandige substraten vormen een geschikte leefomgeving voor de larven van de Rivierrombout (Gomphus flavipes) of een paaisubstraat voor Riviergrondel (Gobio gobio).
De Bataafse stroommossel (Unio crassus) is eveneens gebonden aan traag stromende delen met grofzandige sedimenten. Bovendien vereist deze soort helder, zuurstofrijk water. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt, vanwege de zuurstofhuishouding. Delen van de rivier met een substraat van klei of slib vormen weer een ander biotoop. De sliblagen dienen onder andere als opgroeiplaats voor larven van de Rivierprik, terwijl het paaien plaatsvindt in snelstromend water, bijvoorbeeld in bovenlopen en beekmondingen, waar een kuiltje wordt gemaakt in de zand- of grindbodem.
In luwe delen van de hoofdstroom en in nevengeulen met voedselrijk en bij voorkeur stromend water kunnen begroeiingen van grote fonteinkruiden optreden, bijvoorbeeld de associatie van Doorgroeid fonteinkruid (Ranunculo fluitantis-Potametum perfoliati). In dergelijke vegetaties kunnen Serpeling (Leuciscus leusiscus), Barbeel (Barbus barbus) en Sneep (Chondrostoma nasa) opgroeien. Andere vissoorten waaronder Winde (Leuciscus idus) vinden hier een geschikt paaisubstraat. Bovendien zijn met deze vegetatie begroeide velden vaak rijker aan watermacrofauna, en er komen minder exoten voor. Dood hout tenslotte is een belangrijk substraat voor onder andere kriebelmuggen (Simulidae).
Veel van de oorspronkelijke variatie in de hoofdstroom is verloren gegaan doordat plekken met ondiep stromend water bij normalisatiewerken zijn verdwenen, zowel in de hoofdgeul als in sommige aangetakte nevengeulen. Vooral jonge vis vindt in de diepe en smalle hoofdgeul onvoldoende geschikt opgroeihabitat. Veel soorten vinden nu nog slechts op beperkte schaal geschikt habitat, zoals in de mondingen van beken of in aangetakte nevengeulen. Met het grotendeels verdwijnen van dood hout zijn ook de kriebelmuggen sterk afgenomen, waarmee een belangrijke voedselbron voor hogere trofische niveaus schaars is geworden.

Nevengeulen
Ook nevengeulen zijn van grote waarde voor veel vissen en voor watermacrofauna. Ze vertonen een grote variatie, van permanent meestromende nevengeulen die sterk met de hoofdstroom overeenkomen tot nevengeulen die slechts zelden in contact staan met de rivier en grotendeels als geïsoleerd water functioneren. De meer dynamische nevengeulen zijn van grote betekenis als toevluchtsoord voor jonge vis en inheemse watermacrofauna mede doordat de oorspronkelijke variatie in de hoofdstroom tegenwoordig ontbreekt. De minder dynamische nevengeulen zijn van waarde voor andere diergroepen waaronder diverse eenden zoals Wintertaling (Anas crecca), Krakeend (Anas strepera) en Nonnetje (Mergus albellus), Groene kikkers (i.e. Meerkikker (Rana ridibunda) en Bastaardkikker (Rana kl. esculenta)), Watervleermuis (Myotis daubentonii) en Bever (Castor fiber).Vooral de minder dynamische nevengeulen kunnen een rijke begroeiing hebben met vegetatietypen uit het Waterlelie-verbond (vegetatietype Nymphaeion) die vooral bestaan uit fonteinkruiden en planten met drijfbladeren zoals Witte waterlelie (Nymphaea alba) en Watergentiaan (Nymphoides peltata). Soms zijn nevengeulen alleen benedenstrooms aangetakt aan de rivier. Wanneer de waterstand in de rivier direct naast de nevengeul hoger is kan rivierkwel optreden: water stroomt dan via de ondergrond van de hoofdstroom naar de nevengeul. Rivierkwel levert helder water op, maar door de korte afgelegde weg is de waterkwaliteit bepaald niet gelijk aan gerijpt grondwater. Toch kan rivierkwel van betekenis zijn, zoals voor Waterviolier (Hottonia palustris) die op dergelijke plekken kan worden aangetroffen.

Geïsoleerde wateren
Ook geïsoleerde wateren kunnen zeer gevarieerd zijn door verschillen in diepte, doorzicht, substraat en de daarmee samenhangende vegetatieontwikkeling. Voorbeelden zijn o.a. verlandende oude rivierarmen, wielen en diepe kolken, maar tegenwoordig ook plassen die ontstaan zijn na delfstofwinning. De vegetatie vertoont hier vaak zonering van de oever naar dieper water. Op de oever komen vegetaties voor als mattenbiesvegetaties (Scirpetum lacustris), Rietvegetaties (Phragmition) en Moerasspirearuigten (Valeriano-Filipenduletum). In dieper water groeien weer fonteinkruidgemeenschappen en planten met drijvende bladeren (Nymphaeion). Ook verlanding  door Krabbenscheer (Stratiotes aloides), Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) en Glanzig fonteinkruid (Potamogeton lucens) (vegetatietype Nymphaeion of Hydrocharition) kwamen vroeger talrijk voor in de heldere diepere strangen (0,5-2 meter) en maken deel uit van riviergebonden natuur hoewel ze tegenwoordig vaak tot het laagveen en zeekleilandschap worden gerekend (zie Laagveen en zeeklei).
De Groene glazenmaker (Aeshna viridis) is een bekend voorbeeld van een soort die aan vegetaties met Krabbenscheer is gebonden doordat ze daar de eieren afzet en de larven er tussen de rozetten een beschermde leefomgeving vinden. De Zwarte Stern (Chlidonias niger) gebruikt de planten als broedplaats, hoewel de huidige populatie bijna volledig op kunstmatige vlotjes tot broeden komt. Behalve voor deze twee bekende voorbeelden zijn geïsoleerde wateren met verlandingen met Krabbenscheer ook van grote betekenis voor veel andere soorten, zoals Vetje (Leucaspius delineatus), Bittervoorn (Rhodeus sericeus), Rosse vleermuis (Nyctalus noctula), Ringslang (Natrix natrix), Grote zaagbek (Mergus merganser) en diverse soorten watermacrofauna (o.a. de haftCaenis lactea, de kokerjuffer Hydroptila pulchricornis, de libellen Libellula fulva (Bruine Korenbout), Brachytron pratenseLeucorrhinia pectoralis(Gevlekte witsnuitlibel)).
Rietvegetaties groeien bovenstrooms op de oevers van geïsoleerde wateren en benedenstrooms waar de waterstandwisselingen kleiner zijn. Zij zijn van grote betekenis voor veel zangvogels, zoals Grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus), Snor (Locustella luscinioides), Baardmannetje (Panurus biarmicus), Rietzanger (Acrocephalus schoenabaenus) en reigerachtigen zoals Purperreiger (Ardea purpurea), Roerdomp (Botaurus stellaris), Woudaap (Ixobrychus minutes) en Kwak (Nycticorax nycticorax). De betekenis van het Riet (Phragmites australis) voor de verschillende soorten is afhankelijk van de kwaliteit van het water, het substraat en de waterstand. Een stevige rietvegetatie die tot enkele meters in het water staat biedt een goede nestplaats voor de Grote Karekiet omdat grondpredatoren hier niet bij kunnen. Vitaal riet is van belang voor de overwintering van het Baardmannetje omdat rietzaad voor deze soort ‘s winters een belangrijke voedselbron is. De onvoorspelbare overstromingen met rivierwater, de afname van kwaliteit en kwantiteit van kwelstromen en de afzetting van voedselrijk slib tasten de waterkwaliteit en de kwaliteit van het rietmoeras aan. Het Riet zelf groeit slechter en in minder diep water, zodat rietvogels die gebonden zijn aan gezond ‘waterriet’ sterk achteruitgaan.
In geïsoleerde wateren groeit vaak een rijke onderwatervegetatie waardoor de omstandigheden gunstig zijn voor de voorplanting en het opgroeien van vissoorten zoals Kroeskarper (Carassius carassius) en Zeelt (Tinca tinca). Volwassen Grote modderkruipers (Misgurnus fossilis) kunnen hier ook goed overleven, maar planten zich vooral voort in ondiepe overstromingssituaties met een uitgebreide verlandingsvegetatie. Ook diverse amfibieën planten zich voort in deze laagdynamische wateren, waaronder Knoflookpad (Pelobates fuscus) en Kamsalamander (Triturus cristatus).

(Bron: O+BN Natuurkennis)

Aanpassingsvoorstellen:

  • Herstellen van het stroomgebied, nevengeulen en stilstaande wateren combineren met plannen Ruimte voor de rivieren/Waalweelde (groene alternatief met focus op natuurontwikkeling).
    • Geen verontdieping met verontreinigd slib! Gebruik alleen schone lokaal gewonnen sedimenten om bodemopbouw zoveel mogelijk op duurzame wijze wordt verbeterd.
    • Er is een inventarisatie van natuurwaarden beschikbaar.  Juist in de gebieden met kwetsbare en bijzondere natuurwaarden zou gekozen moeten worden voor afscherming/afsluiting (kerngebieden).

Vegetatie:

  • Versterken karakteristieke beplanting (zacht hout in lagere delen, hogere oeverwallen hard houtbossen. Vroeger veel riet en wilgenteen tbv vlechters. Ook griendhout voor gebruiksdoeleinden, zie ook link met laatste griendhouthandel (aanleg van een griend?).

Beheer:

  • Combineren met onderhoud door omwonenden en liefhebbers (werkgroep oprichten ism natuurorganisatie)?
    • Aanleg en onderhoud moet makkelijk en zoveel mogelijk lokaal mogelijk zijn (zorg voor binding met gebruikers/omwonenden om toezicht en beheer te regelen).
    • Ondersteun ontwikkelingen met landschapbeheerders die helpen met de juiste inrichting en beheer. Laat de successen zien aan gebruikers. bijvoorbeeld op jaarlijkse onderhoudsdag, producten die uit het gebied te maken zijn als manden e.d. (verkoop voor inkomsten?).
    • Versterken biotopen door gerichte vegetatieontwikkeling in maaien en zaaien. Bv imkers en bloemrijke grasvelden, pioniersvegetatie langs rivier. Ook opletten dat landbouw in Crob niet intensief is ivm vermesting en verstoring van milieu.

Fauna:

  • Versterken rivierhabitat door combineren toekomstige plannen voor Crob met deze natuurontwikkeling. Bv versterken paaigronden door meer aansluitingen op de rivier te maken en ondiepe zand/grindbodems aan te leggen (Waal weelde, groene alternatief).
    • Informatieborden over bijzondere fauna. Zichtplekken aanleggen. Benoemen indicatorsoorten (bever, lepelaar, rivierprik, e.d.)
    • Beheersmaatregelen bescherming fauna (restricties toegang/stijden/perioden, weren gemotoriseerd (vaar)verkeer e.d.)
    • Link met historie van riviervisserij en ontstaansgeschiedenis dorpen aan rivier.
    • Educatiemogelijkheden benutten, zowel natuur als cultuurhistorie (wandelroute in combinatie met infoborden en lespakket/verhuur).
    • Dijken als contour versterken voor o.a. vogels en vleermuizen (aaneengesloten bomenrij of ouderwetse telefoonpalen als oriëntatielijn en rustplaatsen).

Bedrijvigheid

  • Steenfabriek moet in bedrijf kunnen blijven. Wellicht is het mogelijk meer van de historie zichtbaar te maken in het gebied. Bv door panelen met oude foto’s en verwijzingen in het landschap naar bv de kleiputten.
    • Mogelijke herbouw historische drogerij en of oven? Combineren met informatiecentrum/startpunt. Ook mogelijkheid verkoop lokale producten.
  • De overlast door vandalisme bij het bedrijf moet meegenomen worden in het ontwerp en beheer van de uiterwaarden. Dit vraagt om extra overleg met het bedrijf en omwonenden ism politie/gemeente.

Landbouw

  • Nu liggen er enkele percelen landbouwgrond. Deels akkerbouw en deel veeteelt. Met name de akkerbouw (maisteelt) kan zorgen voor een verhoogde toename van meststoffen in het gebied. Dat is niet wenselijk gelet op de natuur.
    • Zijn er mogelijkheden om de landbouw meer duurzaam te maken alhier? Is er aangepaste biologische landbouw mogelijk met producten die lokaal verwerkt kunnen worden?
    • Is het mogelijk deze gronden of te betrekken bij de natuur/ruimte voor de rivier? Bv aanleg griend of rietveld (helofytenfilter tbv verbeteren lokale waterkwaliteit)
    • Afscheiding meer met heggen doen (vlechtheggen).
    • Mogelijkheid van een plukbos (noten, hoogstamfruit, bessen voor bezoekers)
Afbeeldingsresultaat voor plukbos

Recreatie op de dijk

  • Verkeersoverlast op de dijk. Deze overlast bestaat nu vooral uit geluidsoverlast en onveilig weggebruik door met name motoren en auto’s. Ook kan op momenten het fietsverkeer dusdanig zijn dat het gevaarlijk is, met name door racefietsen. Veelal pieken in verkeer in de lente en zomer met veel bezoekers van buitenaf. De dijken zijn smal en bochtig. Dat is aantrekkelijk voor recreatief gebruik. Voor bewoners langs de dijk is recreatief gebruik geen probleem mits er geen overlast ontstaat. Het snelverkeer moet zich aanpassen aan het langzaam verkeer; gast op de dijk. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden genoemd in het project Gastvrije dijken o.l.v. ANWB. Het gaat om o.a. zoveel mogelijk snelheid beperken door smalle rijbanen of versmallingen of passeerstroken. Ook kan gedacht worden aan parkeren op de rijbaan en schapen op de dijk.
    • Een andere optie is het scheiden van verkeer. Fietsers en wandelaar kunnen dan langs of naast de dijk en het gemotoriseerde verkeer op de dijk.
  • Het landschap is vanaf de dijk goed te overzien en iedere keer anders, zowel landinwaarts als naar de rivier toe. Er zijn nu maar beperkt mogelijkheden om naar de rivier toe te gaan of vanaf de dijk goed uit te kunnen kijken over het landschap. Deze bestaan uit kleine plekken waar de fietser/wandelaar even apart kan staan om van de omgeving te genieten. Dat kan in de vorm van een soort platform of “luie” trap die zich op de dijk bevindt. Dat laatste kan ook een goede verbinding zijn met de rivier; een trap die doorloopt tot aan het (ondiepe) water. Deze plek kan dan ook bij warm weer goed benut worden om langs de waterrand te spelen.
  • Naast bankjes op de dijk ontbreekt het nu ook aan picknickplekjes met uitzicht op het landschap.
  • Voor recreanten is er behoefte aan een goede verwijzing naar horeca in de aangrenzende dorpen. Deze is nu veelal niet te vinden voor de recreanten op de dijk.
    • Ook mogelijkheid voor toegankelijkheid voor mensen met beperkte mobiliteit.
    • De wind heeft vrij spel op de dijken. Voor de recreant kan dat vervelend zijn. Mogelijk is er in de vorm van windvanger/schermen van wilgentenen enige beschutting mogelijk. Ook kan gedacht worden aan heggen of lage bomen.

Recreatie in de Crob:

  • De recreatie moet vooral extensief en niet verstorend zijn. Het moet geen “pretpark” worden voor met name mensen van buitenaf. Deze zorg komt mede door het illegaal crossen op het land en water waar de afgelopen jaren veel overlast en schade door is ondervonden. De recreatieve voorzieningen moeten dus heel kleinschalig zijn. Dus geen grote parkeerplaatsen bij aansluitpunten, geen picknick plaatsen met prullenbakken in het gebied, duidelijke huisregels (samen met informatieborden over historie en natuur) en goed toezicht.

Wandelen in de Crob

  • Er is veel behoefte bij omwonenden om er even uit te kunnen gaan, even uit het dorp. Nu wordt er al regelmatig gewandeld over de dijk en is er een ommetje Hellouw. Beiden zijn qua beleving nog te verbeteren door de veiligheid en begaanbaarheid te verbeteren. Zo is het ommetje qua onderhoud kwetsbaar en niet overal even makkelijk toegankelijk/herkenbaar.
    • Het wandelen langs de dijk is veelal geen prettige ervaring wanneer er veel verkeer is. Enige afstand tot de weg of afscherming kan hierbij helpen. Dat kan bv door het verplaatsen van de wandelroute naar het dijktalud of voet van de dijk of het aanbrengen van een harde afscheiding tussen de rijbaan en het wandelpad (bv houten vangrails).
  • De wandelroutes zouden hersteld en uitgebreid moeten worden om de beleving van het gebied, zowel cultuurhistorisch als qua natuur, fors te verbeteren. Het dorp Hellouw is ooit aan de rivier op de oeverwallen ontstaan. Door de dijkdoorbraken en de versterkingen is heel veel oude bebouwing verdwenen en heeft het dorp de aansluiting met de rivier feitelijk verloren. Daarmee is ook een deel van de identiteit verloren gegaan. Deze kan met de wandelpaden en recreatieve mogelijkheden weer wat hersteld worden.
    • Het gebied heeft veel natuurwaarden. Het laten loslopen van honden is niet overal gewenst. In het ontwerp zou hier rekening mee gehouden moeten worden, zeker in of nabij gevoelige gebieden, bv door gaas en of heggen.
    • De wandelpaden langs de rivier kunnen goed aansluiten op een struinroute die verder doorloopt.
  • De oversteek van de verbinding van het water met de Waal kan dmv een trekpontje. Dat verstoort de scheepvaart niet en is veilig in gebruik.
  • De paden kunnen versterkt worden door griendhoutopstanden of knotwilgen (cultuurbeplanting).
    • De verharding kan bestaan uit zand/grind uit de Crob (duurzaam).

Suggesties wandelroutes:

  • klompenpaden over oude routes zoals de route van de dorpen naar de fabriek, de rivier of de weilanden. Struinpaden langs de rivier die aansluiten op een langere route.
  • Paden langs de dijkwegen om veiliger langs/over de dijk te kunnen lopen.
    • In de Crob ligt aan de zijde van Hellouw al een heel oud pad naar de steenfabriek. Het pad loopt over de zomerdijk en was vroeger de ingang voor de arbeiders uit Hellouw en omgeving. Als gevolg van vandalisme en illegaal crossen is deze ingang nauwelijks meer toegankelijk gemaakt. Ook de aanwezigheid van de slibverwerking heeft er toe geleid dat nauwelijks meer mensen naar de rivier willen lopen omdat de recreatiemogelijkheden vrijwel volledig verdwenen zijn. De route is dan ook sterk verwaarloosd. Ook is de verharding (deels betonblokken, deels asfalt) sterk verweerd en daarmee slecht toegankelijk.

Vissen in de Crob:

  • In Haaften is een visvereniging actief in het beheer van enkele putten. Deze goed betrekken bij uitwerking van nieuwe plannen voor visbeheer.
    • De put bij Hellouw (in verbinding met de Waal) is thans als slibverwerking in gebruik en te vervuild om goed te kunnen vissen. Vanuit het dorp is de behoefte gekomen om daar te kunnen vissen.  Het zou mooi zijn wanneer deze put weer schoon is en bevist kan worden. Aanwezige verontreiniging in water en waterbodem moet verwijderd worden (herstel hygiëne/veiligheid en natuurlijke situatie).
    • Ook het vissen bij de Terp van Hellouw vraagt om aandacht. De Waal loopt hier vlak langs de dijk en tussen de kribben wordt nu veel gevist. De plek onder aan de dijk is ook bereikbaar per auto. De vraag is of de buurtbewoners hier blij mee zijn aangezien veelal vissers van verder weg hier komen vissen, pal voor hun woningen.
    • Ook ligt er regelmatig afval op de strandjes. In overleg met de bewoners zou het goed zijn de wensen hierover te inventariseren en mee te nemen in het ontwerp (afsluiten of aanpassen inrichting).

Varen:

  • Voor de recreatieve scheepvaart ligt bij de Terp een boothelling naar de Waal. Het is hier s ’zomers heel druk met mensen van verder weg die hier hun boten te water laten. Dat geeft parkeerproblemen en overlast. Het lijkt erop dat er nauwelijks beheer plaatsvindt op deze locatie. Deze situatie zal eveneens met de aanwonenden besproken moeten worden.
    • Versterken natuurontwikkeling met beperkte recreatief gebruik kan niet samengaan met gemotoriseerde voer/vaartuigen. Dat moet duidelijk worden gemaakt in het gebied van de Crobsewaard: verboden voor gemotoriseerde voertuigen/boten/jetski’s (uitzondering gehandicapten en scootmobielen). Dit kan meegenomen worden in de huisregels + kaart/infoborden. Eveneens het beheer/toezicht hierop richten.

Zwemmen in de Crob

  • In Haaften ligt een buitenzwembad. Dat moet opgeknapt worden en voorzien van een goede waterbehandeling om de kwaliteit te kunnen borgen.
    • Bij Hellouw kon met vroeger zwemmen in de put. Door de komst van de slibverwerking is dat niet meer mogelijk. De bewoners willen graag dat hier weer gezwommen kan worden. Nu moeten ze veelal naar de put in Herwijnen of nog verder, terwijl de rivier langs de voordeur stroomt! De waterkwaliteit is in het verleden nooit een probleem geweest doordat er een open verbinding was met de Waal en de put diep genoeg is om teveel opwarming te voorkomen.
    • Ook aandacht voor de bereikbaarheid en beheer van het zwemgebied (zowel zwerfvuil van bezoekers als van de rivier!).
    • Een waterspeelplek kan het recreatiefgebruik bevorderen (voldoende schoon zand, een handmatige waterpomp met goten o.i.d.).

Uitstraling gebied

  • Qua stijl zou iets bedacht moeten worden dat een huisstijl kan zijn langs het hele dijktraject (beeldkwaliteit). De uitstraling moet goed samengaan met de omgeving en de sfeer die we willen bereiken. Een meer nostalgische uitstraling die sober/robuust en doelmatig is lijkt vooralsnog het meest passend gelet op de agrarische historie en van oudsher beperkte welvaart in het gebied.
    • Het materiaal moet eveneens passen bij het landschap en historie (zelfvoorzienend, ambtelijke historie). Dat bestaat uit hout, zand/steen en water. Materialen als griendhout, zandsteen, basalt en grindsteen passen hier goed bij. Ook materialen die in een meer dynamische omgeving tot leven komen zijn mogelijk, bv cortens staal en scheepvaart materialen.

Verlichting

  • Naar voorbeeld van Diefdijk bij Culemborg, de oorspronkelijke uitstraling die past bij de oude lintbebouwing. Houten palen met ouderwetse lampen. Dus geen moderne lichtpunten. Ook alleen op de kruisingen als oriëntatieverlichting (geen overbodige lichtuitstraling in het gebied).
    • Een mogelijkheid is om de kleur van de verlichting aan te passen aan lichtgevoelige diersoorten (m.n. vleermuizen).

Dijkaanpassingen

  • Bij Hellouw zal de dijk vrij eenvoudig versterkt kunnen worden aan de zijde van de uiterwaarde. Doordat in het verleden alle bebouwing van de dijk is verwijderd is het nu niet denkbaar om aan de binnenzijde nog aanpassingen te doen (weerstand bij bewoners).
    • Bij bebouwingsplannen buitendijks moet ter verstoring van de landschappelijke uitstraling qua bouwstijl aangesloten worden bij bestaande sfeer en historische bebouwing. Zeker in/langs Crobsewaard gebied.
    • Een bredere dijk is een optie. Wellicht is een verbreding van de voet van de dijk een kansrijke variant om te komen tot scheiding van verkeerstromen. Ook biedt het meer recreatieve gebruiksmogelijkheden zoals picknick bankjes/tafeltje, luie trap of uitkijkplekken (ook bereikbaar bij hoogwater met bv drijvend pad).

Globale inrichtingsschets Crobse waard

Geel: gebied voor zwemmen en vissen
Blauw: gebied voor vissen
Groen: natuurgebied
Rood: bedrijfsterrein
Zwarte lijnen: wandelpaden (langs dijk eventueel combineren met fietspad)